Claudicatio Intermittens (Etalage-benen)

alt
Hoe ontstaat claudicatio intermittens?

Tijdens het lopen hebben de spieren extra zuurstof nodig. Zuurstof zit in het bloed en wordt door de bloedvaten aangevoerd. Bij claudicatio intermittens zijn de bloedvaten van het been vernauwd. Als u dan gaat lopen, stroomt er te weinig bloed door het been. De spieren krijgen te weinig zuurstof en daardoor krijgt u de klachten. De vernauwing van de bloedvaten kan bijvoorbeeld ontstaan door roken, een hoog cholesterol of te weinig beweging.Als u stil staat, komen de spieren tot rust. De bloedstroom kan dan zuurstof aanvullen. Daardoor verdwijnen de klachten.

Sneller lopen of een helling oplopen, is extra inspannend. U krijgt dan sneller klachten. In een koude omgeving trekken de bloedvaten samen en krijgt u ook eerder klachten.

Adviezen bij claudicatio intermittens

De belangrijkste maatregel bij claudio intermittens is zorgen voor een betere doorbloeding in het been. Dat kunt u bereiken door:

  • niet te roken
  • het cholesterol te verlagen
  • meer te wandelen

Wandelen

U kunt de bloedtoevoer naar uw benen verbeteren door regelmatig te gaan wandelen. Loopoefeningen zorgen ervoor dat de bloedstroom door de kleinere vaten toeneemt. Geleidelijk ontstaan er ‘sluiproutes’ die het bloed om de vernauwde vaten heen leiden. Op deze manier worden uw benen weer beter van bloed voorzien. De spieren krijgen meer zuurstof en u heeft minder gauw klachten. Na verloop van tijd kunt u een grotere afstand afleggen voordat de klachten optreden.

Wandel net zo lang totdat de klachten optreden, en loop dan nog tien stappen door (wees niet bang, het kan geen kwaad).

* Rust uit tot dat de klachten verdwenen zijn.

* Herhaal deze oefening nog enkele malen gedurende vijftien tot dertig minuten.

* Het is belangrijk dat u deze wandeloefeningen drie keer per dag doet, liefst iedere dag, en dat u dit minstens zes maanden        volhoudt.

Na enige weken tot maanden merkt u dat u steeds wat verder kunt lopen. Ook als het niet meer lukt om nóg wat verder te wandelen moet u dagelijks blijven wandelen. Door het iedere dag vol te houden voorkomt u dat de claudicatioklachten weer erger worden. Geef het wandelen een vaste plaats in uw leven.

Hoe moet ik stoppen met roken?

Voor sommigen is het advies om te stoppen voldoende. Zij raken nooit meer een sigaret aan. De meeste rokers vinden het heel moeilijk om te stoppen.
Zorg daarom dat u het stoppen goed voorbereidt

  • Ga naar de huisarts als u overweegt te stoppen. De huisarts bespreekt met u wat de moeilijkheden kunnen zijn en hoe u daar het beste mee om kunt gaan
  • Met hulpmiddelen lukt het vaak beter om te stoppen. Bijvoorbeeld met middelen die het tekort aan nicotine aanvullen, zoals nicotine-kauwgom of -pleisters. Zo kunt u eerst de gewoonte van het roken afleren, terwijl u nog wel nicotine binnenkrijgt. Daarna gaat u pas de hoeveelheid nicotine minderen. Behalve nicotine bevat sigarettenrook ook andere verslavende stoffen. Daardoor heeft u met nicotinekauwgom of -pleisters vaak toch nog behoefte aan roken
  • U moet dus zelf ook echt willen stoppen om door te zetten en het werkelijk vol te houden.

Hoe krijg ik een lager cholesterol?

Uw cholesterol daalt door gezonde voeding

  • Eet gevarieerd en niet te veel.
  • Eet vooral groente, fruit, aardappels en volkorenproducten.
  • Kies voor magere melkproducten, magere kaas, mager vlees, kip of vis.

Eet weinig verzadigde vetten, want deze verhogen het cholesterolgehalte. (Verzadigd vet zit vooral in room, roomboter, volle melk, gewone kaas, koffiecreamer, margarine, gebak, koekjes, snacks en vette vleesproducten).

  • Kies in plaats daarvan voor onverzadigde vetten; dat is beter voor uw cholesterol.
  • Dieetmargarine en plantaardige olie zoals olijfolie bevatten onverzadigde vetten. Gebruik deze producten op uw brood en om in te bakken in plaats van producten die verzadigd vet bevatten. Vaak staat op de verpakking welke vetten een product bevat.

Medicijnen bij claudicatio intermittens

Er bestaan geen medicijnen tegen claudicatio intermittens. Wel zijn er medicijnen die risicofactoren voor hart- en vaatziekten beïnvloeden. Het gaat bijvoorbeeld om medicijnen tegen hoge bloeddruk of tegen een hoog cholesterol.